|
Inleiding
Bijlmermeer en Vernieuwing
Cases
Conclusies
Complete scriptie: variatiedifferentiatie.pdf
(1,9mb)
Bijlagen: bijlagen.pdf
(230kb)
|
Bijlmermeer en Vernieuwing
Rond 1970 bestonden bestemmingsplannen voor uitbreidingsgebieden voor 40 tot
85% uit hoogbouw, ondanks een sterk levende voorkeur voor de eengezinswoning.
Het oorspronkelijke plan voor de Bijlmermeer van stedenbouwkundige Nassuth bestond
maar liefst uit 90 tot 92% hoogbouw. Schaalvergroting, collectivisme en privacy
stonden hierin centraal. Het wegenstelsel in dit plan was verdeeld in primaire
en secundaire autowegen bestemd voor interlokaal en lokaal autoverkeer en verder
fiets- en wandelpaden op de maaivelden.
De huurprijzen waren in de beginjaren hoog, vooral als gevolg van het doorberekenen
van de kosten van de infrastructuur aan de bewoners. Tijdens de bouw werd
bezuinigd op liften, binnenstraten, collectieve ruimten en parkeergarages.
Al snel na de oplevering deden zich allerlei problemen voor. De bewoners hadden te
maken met overlast en criminaliteitsproblemen. De corporaties werden geconfronteerd
met huurders- en exploitatieproblemen. Het aantal ontruimingen, de mutatiegraad
en de huurachterstanden namen toe tot ongekende hoogtes in het midden
van de jaren tachtig. De gemiddelde leegstand bereikte in 1985 met 23% een hoogtepunt.
Om de problemen tegen te gaan werd vanaf 1983 een investeringsplan van fl. 236
miljoen uitgevoerd. Het Rijk betaalde mee op voorwaarde van de vorming van één
grote corporatie in de Bijlmermeer. Enkele flats zijn door de genomen maatregelen
zowel fysiek als sociaal verbeterd. Toch vielen de resultaten van dit verbeterplan
over het geheel tegen. De criminaliteit en het negatieve imago daalden niet. Wel
verbetering te zien in de ontwikkeling van de gemiddelde leegstand en de mutatiegraad
in de tweede helft van de jaren tachtig.
Het rapport “De Bijlmermeer blijft, veranderen” uit 1990 adviseert dat de eenzijdigheid
van woonvorm en van financieringsvorm gewijzigd moet worden door het slopen
en vervangen van een kwart van de hoogbouw. In 1992 worden uitgewerkte
vernieuwingsvoorstellen gepresenteerd, waarna de gemeente Amsterdam, het
stadsdeel Zuidoost en de woningstichting Nieuw Amsterdam akkoord gaan met deze
ingrijpende operatie.
De genomen maatregelen betreffen niet alleen ruimtelijke ingrepen, maar ook projecten
van sociale vernieuwing en vernieuwing van beheer. Een belangrijk deel van
de ruimtelijke ingrepen bestaat uit het toepassen van woningherdifferentiatie. Als
uiteindelijk hoofddoel van de maatregelen wordt de financiële gezondmaking van
Nieuw Amsterdam genoemd. Het leeuwendeel (ruim 80%) van de financiering van
de Vernieuwing komt voor rekening van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting
en de gemeente Amsterdam. De belangrijkste nevendoelen zijn: verlaging van
de werkloosheid, verlaging van de mutatiegraad en het versterken van de culturele
en maatschappelijke positie van de Bijlmermeer. De plannen van de operatie Vernieuwing
Bijlmermeer zijn een aantal malen aangepast en uitgebreid. Volgens het
Finale Plan van Aanpak uit 2001 zal ongeveer de helft van de oorspronkelijke ruim
13.000 woningen uiteindelijk gesloopt worden. Van het overgebleven deel zullen
1.250 huurwoningen verkocht, 750 geherpositioneerd worden. De overige hoogbouw
wordt gerenoveerd. Daarnaast vinden diverse nieuwbouwprojecten plaats in
de Bijlmermeer.
De sociale huurwoningen in de Bijlmermeer zijn ruim en niet duur, in vergelijking
met huurwoningen in geheel Zuidoost en Amsterdam. In het bijzonder geldt dit voor
de nieuwbouw. Oorzaak hiervan is te vinden in de grote subsidiestromen die de
Bijlmermeer heeft gekregen voor de Vernieuwing.
Vanaf het begin van de Vernieuwing is langzaam een sociaal-economische vooruitgang
te meten in de Bijlmermeer. Het aandeel hogere inkomens is ten opzichte van
Amsterdam licht gegroeid. Het werkloosheidspercentage is iets sneller gedaald dan
in Amsterdam en Nederland.
De Bijlmermeer is rijk aan diversiteit op sociaal-cultureel gebied. Toch blijken veel
sociaal-culturele condities in een analyse van Kleinhans e.a. voor de Bijlmermeer
niet gunstig uit te pakken. Criminaliteitscijfers laten een lichte verbetering zien ten
opzichte van Amsterdam, maar toch is de criminaliteit nog duidelijk hoger dan in de
rest van deze stad.
Een aantal ruimtelijk-economische aspecten laat een verbetering zien in de situatie
van de Bijlmermeer in de jaren negentig. De financiële situatie van Nieuw Amsterdam
is verbeterd. Daarnaast is de mutatiegraad en de leegstand afgenomen in deze
jaren. De woningmarktsituatie heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld. Toch blijkt
de belangstelling voor woningen in de Bijlmermeer nog duidelijk lager te liggen dan
voor woningen in de regio. |

Tabel A (klik om te vergroten)
|
Aan de hand van cijfers uit 2000, 2001 en 2002 is nagegaan in hoeverre de genoemde
doelstellingen in de Saneringsaanvragen van 1993 en 1995 zijn behaald. In
Tabel A is van het resultaat een overzicht gemaakt:
Bij tabel A zijn de volgende opmerkingen van belang:
Een groot deel van de genoemde doelstellingen is van ruimtelijk-economische
aard.
Een aantal doelstellingen valt in de categorie “Nee, wel verbetering”. Strikt
genomen is de doelstelling in deze gevallen niet behaald, wel is bij deze doelstellingen
een duidelijke ontwikkeling zichtbaar richting de doelstelling.
Drie doelstellingen (Woningmarktpositie, Ontwikkeling mutatiegraad en Tevredenheid
bewoners) hebben de mutatiegraad als variabele genomen. Juist
de mutatiegraad is door de overspannen woningmarktsituatie in Amsterdam
sterk beïnvloed. De vraag kan worden gesteld of mutatiegraad voor de woningmarktpositie
en de Tevredenheid van de bewoners wel een juiste variabele
is. Uit dit onderzoek blijkt dit niet.
Voor doelstelling 11 (Woningzoekenden en nieuwe huurders) waren beperkte
gegevens beschikbaar.
verder: Cases
|
|